SPORT EN VERKEER:        Veilig onderweg!

Als jogger maak je voor je sportbeoefening vast meer dan eens gebruik van de openbare weg: om er te lopen of om je naar de looppiste of wedstrijd te verplaatsen.

Wist je dat er een verkeersgids bestaat voor de sportclub en de sporter die verkeersveiligheid onder de aandacht brengt in de sportsector? Neem een kijkje op die digitale infogids: www.sportenverkeer.be !

Want weet jij hoe het moet? Loop je links of loop je rechts? Zijn de regels voor alleen lopen anders dan in groep de openbare weg op gaan? Zichtbaar zijn in het verkeer is van levensbelang.

Maar hoe zit dat nu precies?

  • Sporten op de weg? Kijk uit!

Regels in het verkeer zorgen voor orde. Wie van de openbare weg gebruik wil maken moet dat volgens de zogenaamde 'wegcode' doen. Links of rechts lopen, correct oversteken... Het zorgt er voor dat niemand op de weg voor plotse en misschien wel fatale verrassingen komt te staan. Want zeg nu zelf, we mogen toch ook niet dromen van een fietser op het voetpad of een auto die links denkt te moeten rijden? Maar hoe zit dat nu weer? We zetten alles even op een rijtje…

Waar hoort de loper/jogger op de weg?

Als loper kies je in de eerste plaats voor het voetpad. Is er geen voetpad, kies dan voor het fietspad. Let op, daar geef je wel voorrang aan de fietsers! Of je kiest voor de begaanbare berm. Kan je niet anders dan lopen op de rijbaan? Dan is de basisregel voor de individuele loper (alleen, per 2, per 3): loop links achter elkaar.

Toch is het verhaal niet zo simpel. De wegcode laat immers toe om, weloverwogen, bij slechte zichtbaarheid of een onveilige hindernis toch uitzonderlijk rechts te lopen.

Veilig oversteken?

De wet verplicht ons om steeds het zebrapad te gebruiken tot op een afstand van 30 meter. Hier geldt dus niet de kortste weg, maar wel de veiligste langs de oversteekplaats. Als overstekende voetganger heb je voorrang. Maar wees voorzichtig en met de nodige aandacht voor naderende voertuigen. Op een zebrapad met voetgangerslicht moeten de voetgangers die zich al op de oversteekplaats bevinden verder lopen als het licht op rood springt. Wie voor het rood licht staat moet wachten tot het volgende groen licht, ook als deel van een groep joggers reeds over is.

Is er geen zebrapad in de buurt, dan kies je een plaats waar je voldoende ziet en gezien wordt. Zoek oogcontact met een aankomende chauffeur. Laat je bedoeling om over te steken ook duidelijk (maar vriendelijk) blijken.

Let ook op…

  • Al te vaak lezen we in de krant dat de tram een onoplettende voetganger aanrijdt. Loop niet met je hoofd in de wolken: een tram heeft voorrang!
  • Voor een groep (meer dan zes personen) met begeleiding maakt de wet een uitzondering. Zij mogen altijd op de rijbaan lopen. Dat moet niet verplicht achter mekaar, maar dan wel rechts en zonder meer dan de helft van de rijbaan in te nemen. Op een drukkere weg blijft het aangewezen om steeds voor het voet- of fietspad te kiezen en als dat niet kan alsnog links achter mekaar te gaan lopen. Ook hier, maak elke keuze weloverwogen en in functie van de veiligheid! Overigens, bij slechte zichtbaarheid ben je verplicht om verlichting mee te dragen. Meer info zie punt 2.

 

  • Sporten op de weg? Laat je zien!

Een ongeluk gebeurt verraderlijk snel. Soms ook omdat de chauffeur de voetganger of loper gewoon te laat heeft gezien. Opvallen is daarom van levensbelang in het verkeer. Onderzoek leert dat automobilisten je met donkere kleren pas op 20 meter in hun koplampen opmerken. Je bent dus, zelfs voor oplettende chauffeurs, zo goed als onzichtbaar.

Want wist je dat als diezelfde chauffeur aan 50 kilometer per uur rijdt en jou als sporter plots opmerkt (bij droog weer) nog ca. 27 meter nodig heeft om de auto helemaal stil te doen staan? Wie onopvallende kledij aan heeft komt met de twintig meter zichtbaarheid dus levensbedreigend te kort…

Een voetganger met kleurrijke en dus opvallende kledij (zoals bijvoorbeeld fluo) wordt al van op 50 meter opgemerkt. Een voetganger die de kleuren ook aanvult met reflecterende elementen is al gezien op 150 meter. Dat is, als het er op aankomt, een wereld van verschil. Kiezen voor kleur en reflectie kan dus je leven redden.

Fluorescerend of reflecterend?

Overdag ben je met fluo goed zichtbaar, ook als het regent. Fluo kleuren zijn erg zinvol, maar ook beperkt, want ze werken enkel met het zonlicht. Reflectoren werken anders. Zij kaatsen alle licht terug naar de lichtbron. De reflectie van autolichten gebeurt ‘s nachts dus erg effectief. Het is natuurlijk wel belangrijk dat reflectoren goed hun werk kunnen doen. Hang ze op slim op hoogte, in de mogelijke stralen van de verlichting van andere weggebruikers, zoals een reflecterende band rond de enkels. Beter nog is om enkele reflecterende elementen te combineren. Zorg daarbij voor reflectie op de voor-, achter-, en zijkant van je lichaam. Je weet immers niet van welke kant het mogelijke gevaar zal komen.

Verplichte verlichting van een groep op de rijbaan

Bij duister, felle regen of mist (en het is niet meer mogelijk om duidelijk te zien tot een afstand van 200 meter) moet een groep fietsers, lopers of wandelaars volgens de wegcode verplicht verlicht zijn. Als een groep lopers met begeleiding er voor kiest om rechts op de rijbaan te lopen dan moet het witte licht links vooraan te vinden zijn, het rode licht links achteraan. Loopt de groep links op de rijbaan (verplicht achter elkaar!) dan bevindt het rode licht zich rechts vooraan, het witte licht rechts achteraan. Is de groep lang, dan is het bovendien verplicht om op de flanken bijkomende witte lichten te voorzien die in alle richtingen zichtbaar zijn.

 

MEER WETEN OVER VERKEERSVEILIG SPORTEN OP DE WEG?

WWW.SPORTENVERKEER.BE !

 

Nieuws